Welkom, bezoeker! [ Registreren | InloggenRSS Feed  |   | 

Fishfinder

De werking van een fishfinderEen fishfinder is een dieptemeter en is in staat het bodemverloop en de aanwezigheid van plantengroei, obstakels en vis in kaart te brengen. Een fishfinder geeft deze informatie uitsluitend aan op die plaats waar de visser met z’n boot of voerboot overheen vaart. Technisch bekeken is een fishfinder een afstandmeter: hij meet de afstand tussen de transducer en de bodem waarbij ieder object dat zich hiertussen bevind ook geregistreerd wordt.

Fishfinder in de praktijk

Vroeger moest je een water leren kennen of op informatie van anderen afgaan en vervolgens controleren of deze informatie klopt. Nu kun je zelf met een fishfinder het water, de diepte en de obstakels in kaart brengen. Zeker in de grote wateren zoals meren en rivieren bestaat het grootste gedeelte uit zogenaamd ‘leeg’ water. Hiermee wordt bedoeld dat die ruimte door de vissen benut wordt om van de ene voedselplaats naar de andere te trekken en ze er zelden voor een langere tijd blijven.

Vooral gedeeltes die bestaan uit kuilen, richels, steile taluds, takkenresten en rotsen zijn verzamelplaatsen van vuil en voedsel en ook de plaatsen waar de vis die wij willen vangen op zoek gaat naar voedsel of er een schuilplaats heeft en vanaf hier op jacht gaat. Met een fishfinder breng je deze plaatsen dus perfect in beeld want de fishfinder geeft je de mogelijkheid die plaatsen met 100% zekerheid terug te vinden waarbij je elke keer weer direct kunt zien of er vis aanwezig is en waar ze zich schuilhouden.

Fishfinder, hoe werkt het?

Achter het scherm zit een ingebouwde zend- en ontvangsteenheid en deze zendt signalen uit via de transducer die weerkaatst worden door de bodem en de tussenliggende objecten. De teruggestuurde signalen worden door de transducer opgevangen en op het scherm getoond in een grafische weergave. Deze signalen zijn niet waarneembaar voor vissen, al wijzen studies uit dat zeker bij vissen als dolfijnen er toch een reactie volgt op het gebruik van sonar signalen. Wellicht is de frequentie te laag om invloed te hebben op het gedrag van vissen. De signalen worden, afhankelijk van het model, uitgezonden onder een bepaalde.

Bij de huidige modellen is dit ongeveer 20 graden. Door deze hoek worden de signalen uitgezonden in een kegelvorm. Het sterkst zijn de signalen in het midden van de cirkel en worden zwakker naar de randen toe. Slechts wat binnen de stralingsbundel komt wordt op het beeldscherm weergegeven. Het oppervlak dat de stralingsbundel bestrijkt is afhankelijk van de waterdiepte. Bij een fishfinder geldt; hoe dieper het water, hoe meer je van de bodem ziet. De oppervlakte die de stralingsbundel bestrijkt is derhalve afhankelijk van de diepte. Globaal valt te zeggen dat de oppervlakte die de stralingsbundel op de bodem bestrijkt, met een 20 graden transducer circa 1/3 van de waterdiepte is in cirkelvorm. Daarbij verandert deze hoek ook bij gebruik van meer decibels (sensitivity), hoe meer sensitivity, hoe kleiner het oppervlakte dat de fishfinder van de bodem ziet.

Inloggen met Facebook



Geen registratie nodig!

Like ons op Facebook

Aanmelden nieuwsbrief

E-mailadres:

Advertentie

Share This